Les 2.2: Transponders en transponderinstellingen Copy

De transponder aan boord van je vliegtuig is een Secundaire Surveillance Radar, ofwel een SSR. Het woord transponder is een samenvoeging van de woorden Transmitter en Responder en heeft dus actief tweezijdig contact met een radar grondstation. In deze pulsen is het mogelijk om verschillende gegevens mee te sturen, afhankelijk van wat je radarsysteem aankan of welke instelling je daarop hebt geselecteerd.

Mode A: Als deze mode is geselecteerd wordt een viercijferige code meegezonden, denk aan een instelling van 7000 voor ongecontroleerd VFR verkeer. Ga je dan een CTR binnen dan kan de verkeersleiding je een opdracht geven om een andere code in te stellen, de opdracht kan dan zijn PH-TGA, SQUAWK 0060. Op dat moment ben je verplicht om deze code in je transponder te activeren.

Dan hebben we Mode C: In deze mode wordt behalve de viercijferige code ook de hoogte meegestuurd

En tot slot is er nog Mode S: hierbij wordt de viercijferige code, de hoogte en een Flight ID meegestuurd. De Flight ID wordt geprogrammeerd in de transponder en kun je tijdens de vlucht niet veranderen, die is vaak het registratiekenmerk van het vliegtuig.

Standaard Squawk codes en listening squawks

Er zijn een aantal standaard squawk codes. Te beginnen met 7000, deze hanteer je voor ongecontroleerd VFR verkeer (in het buitenland kan dit een andere code zijn). Daarnaast zijn er nog een drietal codes die je moet weten:

7500: Deze code wordt ingesteld bij een kaping
7600: Vul je in als je radio defect is
7700: Bij een noodgeval.

Er is een handig ezelsbruggetje dat je kan helpen onthouden welke code het is, vergeet je nooit meer:

Getallen in het Engels uitspreken: 75, he’s got a knife, 76 ik hoor niks en 77 going to heaven.

Sinds 18 juni 2020 zijn in Nederland de Frequency Monitoring Codes ofwel FMC’s ingevoerd. Meer hierover in hoofdstuk 5.

0
    0
    Jouw theorie
    Je mandje is leegBekijk alle cursussen